06-45790040 hello@cherrentang.nl

Dit was één van mijn eerste lessen op mijn pad van persoonlijke ontwikkeling.

Ik was een wandelend hoofd. Zo zei een begeleider tijdens een workshop het en ik herkende mezelf er meteen in. Slim, snel denkend, analytisch, altijd overdenkend. Kwaliteiten die mij enorm geholpen hebben, vooral tijdens mijn studie en op het werk. Maar mijn hoofd was zo goed geworden in wat zij deed, dat ik nooit echt rust voelde.

Gedachten kwamen aanwaaien, op elk moment.

Over wat ik nog moest doen, thuis of op het werk. Over wat er was gezegd tijdens een vergadering en of ik het anders had kunnen zeggen. Een constante maalstroom, die zich vaak vertaalde in acties, want gedachten moesten uitgevoerd worden. Pfoe, wat had ik het druk. En die gedachten gingen vaak gepaard met angst: wat als dit 0f als dat gebeurt? Ik was voorbereid op het ergste. Die spanning voelde ik diep in mijn lichaam.

Wat doet een wandelend hoofd?

Het denkt dat zij het belangrijkste is en negeert het lichaam, de gevoelens en emoties. Het ratelt maar door in commando’s en acties, altijd met de beste bedoelingen: het wil me beschermen tegen de gevoelens die zouden opkomen als ik echt rust pakte.

Terwijl wij als mens ons hoofd én lichaam én gevoelens zijn.

Dat is wat ons mens maakt. Het eerste dat ik van mijn coach leerde, was weer te voelen. Mijn hoofd beter te begrijpen en haar een stapje terug te laten zetten. Uit mijn hoofd, naar mijn hart.

Dat was pittig. Er lagen veel gevoelens weggestopt die ik niet wilde voelen. Om dat toe te laten, om het echt aan te kijken, was intens. Maar ik heb het voor geen goud willen missen.

Juist door meer te voelen, voelde ik ook dat ik leefde.

Waar ik vroeger als wandelend hoofd neutraal bleef en weinig emoties toonde, voelde ik nu echt. Blijdschap, geluk, verdriet, boosheid. Emoties die op en neer gingen, zoals bij een mens hoort. Iets waar ik vroeger bang voor was. Ik vond mensen die hun emoties lieten zien labiel en voelde me er ongemakkelijk bij. Maar dit was mijn eigen angst geprojecteerd op de ander. Nu probeer ik al mijn gevoelens te omarmen (lukt niet altijd) en daardoor kan ik ook de gevoelens van anderen beter accepteren, zonder ervoor weg te lopen.

Denken als overlevingsmechanisme.

Ik besef nu dat het rationaliseren -naar mijn hoofd gaan-, een overlevingsmechanisme was. Als klein meisje leerde ik vooral om niet te voelen. Thuis en later op school werd cognitief denken het hoogste goed. Het hele onderwijs leert ons dat denken leidend is. Amper met aandacht voor onze gevoelswereld.

Maar dit verandert gelukkig.

Steeds meer wordt er aandacht besteed aan het lichaam en aan ons voelen, aan een holistisch perspectief. Dat wij meer zijn dan ons hoofd en dat lichaam, geest en ziel één zijn. Wanneer deze drie dimensies in balans zijn, zijn we heel. Daar geloof ik in. Met mijn hoofd, hart, lichaam en ziel.